Inloggen

Nieuwsbrief 2009/3

TRIP Symposium

Het zesde TRIP Hemovigilantie Symposium is gehouden op 12 november 2009 in de RAI, Amsterdam. Na de opening door Prof. René de Vries, voorzitter van Stichting TRIP lichtte Martin Schipperus, TRIP directeur, het hemovigilantie rapport 2008 toe. In de ochtend hadden deelnemers vervolgens keuze tussen parallelsessies.

Sessie 1 Bloedbesparende technieken

Door Bregje Thomassen, onderzoekscoördinator orthopedie van het Medisch Centrum Haaglanden werden de voor- en nadelen van bloedbesparende technieken besproken gevolgd door onderzoeksresultaten. Vervolgens presenteerde Rianne Geelen, hemovigilantiemedewerker in het Elkerliek ziekenhuis de resultaten van onderzoek naar de kosten van het gebruik van erytropoëtine in combinatie met het gebruik van toediening van drainbloed.

Sessie 2 Elektronische identiteitscontrole bij transfusie en incidentencasuïstiek

In deze parallelsessie werd eerst uitleg gegeven over de mogelijkheden van een elektronisch patiënt identificatiesysteem. Tevens werd ingegaan op de implementatie in het ziekenhuis en de ervaringen gedurende de zeven jaar dat het systeem nu in gebruik is. Bovendien kwam een elektronisch aanvraagsysteem voor bloedproducten aan de orde, dit systeem moest echter nog in gebruik worden genomen, zodat hiervan nog geen resultaten konden worden getoond. Vervolgens werd aan de hand van TRIP casuïstiek, waarvan het risico was ingeschat als ABO of Irras risico, telkens de vraag aan het publiek voorgelegd of zij van mening waren dat gebruik van een elektronisch patiënt identificatie systeem in de betreffende situatie een gunstige invloed op de patiëntveiligheid zou hebben. Ook werd naar de mening van het publiek gevraagd over de meerwaarde die een dergelijk systeem in het onderhavige geval zou hebben. Helaas was de tijd tijdens de sessie te kort om door middel van discussie langer bij de antwoorden te kunnen stilstaan. Een kort overzicht van deze sessie vindt u hier.

Sessie 3 Bloedverbruik in de ziekenhuizen

In haar presentatie “Voorspellen van toekomstige vraag naar en aanbod van bloedproducten in Nederland”, toonde Barbara Borkent-Raven van de afdeling Transfusion Technology van het Juliuscentrum in Utrecht een model om het toekomstige niveau van bloeddonaties enerzijds en bloedbehoefte anderzijds op basis van databestanden (vanuit bloedbank en ziekenhuizen) te voorspellen. Voorlopig gaat het ondanks de vergrijzing van de bevolking (net) goed. Deze nog niet gepubliceerde bevindingen mogen helaas niet op de TRIP site gepubliceerd worden. Wel zal het verhaal opnieuw gepresenteerd worden op de bloedbankavond op 20 januari 2010. Prof. René de Vries nam het stokje over om te praten over indicatoren voor de kwaliteit van de bloedtransfusieketen, waaronder het bewaken van het niveau van bloedgebruik. Zowel theoretische aspecten als een praktische uitwerking in zijn eigen instelling (het LUMC) maakten dit tot een inspirerende sessie.

Na de lunch en het bekijken van de posters volgden weer drie parallelsessies.

Sessie 4 Thuistransfusies

De parallelsessie over thuistransfusie ging van start met een presentatie van Marleen de Bruijn over de wettelijke mogelijkheden en beperkingen voor instellingen die thuistransfusie willen aanbieden. De eerste dia over (wettelijke) regelingen, met maar liefst elf items, liet direct al zien dat er vele bepalingen zijn waarmee rekening gehouden dient te worden. Verder werd duidelijk dat de producent slechts bloedproducten levert aan instellingen die hiervoor een aanwijzing van VWS hebben verkregen. In de meeste gevallen betreft dit ziekenhuizen. Bloedproducten kunnen onder verantwoordelijkheid van een behandelaar buiten het ziekenhuis worden toegediend, hiervoor zullen echter over een aantal punten afspraken moeten worden gemaakt en hiervoor zijn protocollen noodzakelijk. Een aantal praktische punten en redenen waarom in bepaalde gevallen is gekozen voor thuistransfusie werd aan de hand van enkele voorbeelden uit de praktijk besproken door Ciska Hudig en Marianne Lucassen. De sessie werd afgesloten met een levendige discussie met en in de zaal, waarbij onder andere duidelijk werd dat thuistransfusies op meerdere plaatsen in Nederland van tijd tot tijd aan de orde zijn. Het betreft echter vrijwel altijd een gering aantal transfusies per jaar. Er bleken tussen de diverse ziekenhuizen aanzienlijke verschillen te zijn in de oplossingen die gekozen zijn voor bepaalde aspecten.

Sessie 5 Transfusies aan kinderen en casuïstiekbespreking

Yolanda de Rijke belichtte met haar presentatie verschillende aspecten van bloedtransfusie en hemovigilantie bij kinderen, gevolgd door een presentatie van verschillende TRIP meldingen bij kindertransfusies. Bij deze interactieve sessie konden de toehoorders verschillende vragen beantwoorden naar aanleiding van de casus. Een panel van experts, bestaande uit Marijke Overbeeke, Jan Marcelis, Fred Haas en Karin Fijn van Draat becommentarieerde de verschillende meldingen.

Sessie 6 TRALI

In deze sessie werd door Leendert Porcelijn op zeer visuele wijze de pathofysiologie van TRALI toegelicht, waarna Alexander Vlaar nader inging op het nut van nauwkeurige diagnostiek voorafgaande aan het stellen van de diagnose. Vervolgens presenteerde Erik Beckers de voorlopige resultaten van de landelijke TRALI studie, waarin naar voren kwam dat het allo-immuunmechanisme niet altijd op de voorgrond staat.

Tot slot legde Jan Marcelis, medisch microbioloog, uit hoe gewaakt wordt tegen overdracht van opdoemende infecties door bloedproducten. De werkgroep opdoemende bloedoverdraagbare infectieziekten van Sanquin zit erboven op, maar er is altijd behoefte aan meer onderzoek en aan vigilantie. Lees hier zijn presentatie na.

De vijf posters kregen ruim aandacht. Een studie over de kosteneffectiviteit van het gebruik van Eprex bij heup- en knieoperaties won de posterprijs: één auteur mag op kosten van TRIP het Internationaal Hemovigilantie Seminar (Dubrovnic, februari 2010) bijwonen.

TRIP wil haar erkentelijkheid uitspreken voor het werk van de Symposium Commissie die het programma heeft voorbereid. Deze commissie bestond uit Ad Castel namens de Landelijke Gebruikersraad, Gabriëlle Ponjee namens de Vereniging Hematologisch Laboratoriumonderzoek, Peter te Boekhorst als vertegenwoordiger van de clinici, Irene Streefkerk en Ingeborg van Rooijen als vertegenwoordigers van de hemovigilantiemedewerkers, Annegeet van den Bosch als vertegenwoordiger van de hemovigilantiefunctionarissen, Peter van den Burg namens Sanquin, Martin Schipperus en Anita van Tilborgh namens Bureau TRIP.

Deze inzet van de Symposium Commissie heeft geleid tot een zeer goede overall beoordeling van het symposium met een 4,2 (uit 5), waarbij de presentaties over opdoemende infecties, TRALI, kindertransfusies en het TRIP rapport de hoogste ogen gooiden.

TRIP werkcolleges 2010

Op donderdag 21 januari en op woensdag 10 februari is een werkcollege basishemovigilantie gepland. De bedoeling is om met een kleine groep hemovigilantiemedewerkers aan de hand van TRIP casuïstiek aandacht te besteden aan de veel voorkomende categorieën transfusiereacties: NHTR, milde NHKR, andere allergische reactie en nieuwe antistofvorming. Door middel van oefeningen zal worden ingegaan op een optimaal gebruik van de digitale meldformulieren. Tevens zal het belang van uniformiteit in meldingen worden besproken, bv. voor wat betreft keus meldcategorie, imputabiliteit en ernstgraad.

Deze werkcolleges zullen plaatsvinden van 10:00 tot 16:00 in het HagaZiekenhuis, Leyweg 293, 2545 CJ Den Haag. De lunch is inclusief en er zijn geen kosten verbonden aan deelname aan het werkcollege.

Het is nog op beperkte schaal mogelijk om u voor één van deze dagen in te schrijven d.m.v. een e-mail naar info@tripnet.nl

Woensdag 17 maart van 10:00 tot 16:00 zal de sessie "Meet the expert" worden georganiseerd in de Jaarbeurs (Beatrixgebouw) te Utrecht. Deze dag is uitsluitend toegankelijk voor hemovigilantiefunctionarissen en hemovigilantiemedewerkers. Een selectie van de TRIP meldingen van 2009 zal voorafgaand aan de TRIP jaarrapportage besproken worden met de leden van het TRIP Expert Committee. Op deze dag heeft u de unieke gelegenheid om inzage te krijgen in de meest interessante casuïstiek van het afgelopen meldjaar. Tevens biedt het u de mogelijkheid om over uw casus van gedachten te wisselen met de experts. Melders waarvan casuïstiek ter bespreking is uitgekozen zullen hierover bericht ontvangen.

U bent van harte uitgenodigd om u nu al in te schrijven voor de "Meet the expert" sessie via info@tripnet.nl

eustite

Van EUSTITE naar SOHO V&S

In de nieuwsbrief 2008/3 bent u geïnformeerd over de EUSTITE (European Union Standards and Training in the Inspection of Tissue Establishments) pilot voor het testen van de ontwikkelde EU standaard voor het melden van ernstige ongewenste bijwerkingen en ernstige voorvallen. TRIP heeft van juli 2008 tot juli 2009 deelgenomen aan deze pilot. Inmiddels is de pilot afgerond en het hele EUSTITE project is begin december tijdens de ‘Final Conference’ afgesloten. Daar is één dag besteed aan de ontwikkelde richtlijn voor

bevoegde autoriteiten in de EU voor ‘Inspectie van weefselinstellingen en orgaanbanken’. De volgende dag had betrekking op de Weefselvigilantie en daarin werden de resultaten van de pilot bekend gemaakt.

In totaal zijn er 306 meldingen uit 20 lidstaten ontvangen waarvan na filtering op ernst er 227 overbleven. Nederland heeft 35 meldingen voor deze pilot geleverd. Voor bijwerkingen bleken ernstgraad en imputabiliteit zeer nuttig en bruikbaar. In Nederland  gebruiken we deze manier van indelen van bijwerkingen al sinds 2007. De klinische uitkomst is samen met het herhalingsrisico verwerkt in de Impact-matrix en geeft een prima aanvulling op ernst en imputabiliteit om uiteindelijk te bepalen hoe ernstig een reactie is, hoe gerelateerd de bijwerking is aan de transplantatie of het product en wat de impact is op de patiënt/donor, het transplantatiesysteem of de voorraad weefsel(s) en/of cellen. Ook bij voorvallen blijkt de Impact-matrix een zeer nuttige tool. Met name de impact van verlies van cellen en/of weefsel(s) kan hier goed in bepaald worden.

EUSTITE zal aan de EU adviseren om ook de Impact toe te voegen aan de EU rapportage van ernstige ongewenste bijwerkingen en ernstige voorvallen.

Er zijn nog enkele onderwerpen die verband houden met weefselvigilantie besproken zoals: onderrapportage, vertraging in meldingen (vaak maanden later), ernstgraad voor bijwerkingen bij donors, grens met farmacovigilantie, elektronische meldsystemen en het betrekken van clinici die werken met weefsel(s) en cellen. De derde dag werd gesproken de toekomst van de weefselvigilantie en inspectie van weefselinstellingen en orgaanbanken zowel binnen de EU als wereldwijd.

In februari 2010 zal een nieuw EU project van start gaan genaamd: SOHO V&S (Substances of Human Origin, Vigilance and Surveillance). Dit project zal ook weer tweeledig zijn met een inspectie project en een vigilantie project. De bedoeling is om een richtlijn te ontwikkelen voor Inspectie van Vigilantie-systemen bij weefselinstellingen en orgaanbanken en richtlijnen voor vigilantie voor professionals die werken met menselijke weefsel(s) en/of cellen. TRIP zal ook aan dit project als samenwerkingspartner deelnemen.

3e TRIP Minisymposium Weefselvigilantie

Ook dit jaar zal TRIP weer een minisymposium weefselvigilantie organiseren. Dit zal plaatsvinden op 23 juni 2010. In de volgende nieuwsbrief zullen we u meer gedetailleerd over dit minisymposium informeren.

 

Samenwerking TRIP en Lareb

Op woensdag 16 september tekenden het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb en het Landelijk Hemovigilantie Bureau TRIP (Transfusie Reacties in Patiënten) een samenwerkingsovereenkomst. Het gaat hierbij om een convenant waarin de deskundigheid van beide partijen wordt ingezet om zo te komen tot een optimale veiligheid van geneesmiddelen en bloedproducten in Nederland.

Lareb verzamelt en analyseert de bijwerkingen van alle in Nederland verkrijgbare geneesmiddelen, waaronder vaccins en lang houdbare bloedproducten. Waar TRIP als doel heeft het registreren en analyseren van ingezonden meldingen over transfusiereacties om de transfusieketen veiliger te maken, heeft Lareb de missie om bij te dragen aan veilig en verantwoord gebruik van geneesmiddelen.

De samenwerking is vooral een inhoudelijke samenwerking, waarbij elke organisatie gebruik kan maken van de deskundigheid van de samen­werkings­partner. In het bijzonder geldt dat voor lang houdbare bloedproducten, die formeel een geneesmiddel zijn. De langhoudbare bloedproducten zijn geneesmiddelen die van bloed zijn afgeleid, zoals immuunglobulines en stollingsfactorconcentraten. Met solvent-detergent behandeld gepoold plasma voor transfusiedoeleinden (geregistreerd maar momenteel niet als routineproduct verkrijgbaar in Nederland) is eveneens voor de wet een geneesmiddel.

We hopen dat de samenwerking voor artsen, vooral in ziekenhuizen, een extra stimulans is om bijwerkingen van geneesmiddelen en bloedproducten te melden. Voor kort houdbare bloedproducten verloopt de melding via de hemovigilantie functionaris. Bij Lareb kan gemeld worden via www.lareb.nl. Iedere organisatie behoudt de eigen taken en communicatie- en rapportageroutes. Op relevante onderwerpen zal informatie over meldingen en specifieke kennis worden uitgewisseld en kunnen gezamenlijke analyses worden gedaan. Zo kan het vertrouwen worden versterkt in een goede bewaking van de veiligheid van geneesmiddelen en bloedproducten in Nederland.

Dr. Martin Schipperus, internist-hematoloog, directeur van TRIP en prof. dr. Kees van Grootheest, directeur van Lareb, ondertekenen de overeenkomst. Dr. Eugène van Puijenbroek (Lareb) en mevrouw Jo Wiersum-Osselton (TRIP), arts maatschappij en gezondheid, kijken toe.


 

Nieuw bezoekadres Bureau TRIP

Met ingang van januari 2010 zal Bureau TRIP gehuisvest zijn in het Q-gebouw van het HagaZiekenhuis.

Het adres van het Q-gebouw is:

Leyweg 293, 2545CJ Den Haag

Postbusnummer, telefoon- en faxnummer blijven ongewijzigd.

N.B. Denkt u aan de sluitingsdatum:

1 februari 2010

voor het inzenden van de meldingen over meldjaar 2009.